Het is oké om niet te weten wat je aan het doen bent.

Het is oké om niet te weten wat je aan het doen bent.

Er staan bussen met verf op tafel. Er ligt een leeg vel papier. Het lege vel staart je aan. Je denkt: “pff…ik heb geen enkel idee.” Je kijkt naar de kwasten. Je kijkt naar de verf. Het grote gapende wit lijkt je steeds onzekerder te maken. Je staart naar buiten. Piekert over een leuk boek of een lied dat je inspiratie kan geven. Er komt niks. Tien minuten later besluit je dat je het lege vel maar leeg laat en je staat op. Met een ontevreden gevoel loop je weg. Je baalt dat je geen idee hebt.
Het overkwam mij ontzettend vaak. Ik werd er steeds onzekerder van. Het was zelfs zo dat ik datgene wat ik altijd zo graag deed niet meer leuk vond.

Tot ik op een dag besloot om maar eens gewoon zonder een idee te beginnen. Ik pakte de eerste de beste kleur die me ‘aankeek’, pakte de kwast die me ‘riep’ en doopte hem in de verf. Zette de kwast ergens op het doek en maakte een beweging in de richting waarvan ik vond dat ie naartoe moest. Zonder na te denken.  Tot ik er genoeg van had. Ik bedacht dat er een andere kleur bij moest. Even later pakte ik een inktroller en keek wat er gebeurde. Een aantal uren was ik bezig. Laag over laag. Ik werkte dingen weg, verdunde verf om vervolgens weer over een andere laag te gaan. Ik gebruikte mijn vingers en doekjes en schraapte verf weg met spatels. Maar wat ik aan het maken was? Geen idee. Wat ik aan het doen was? Geen idee.

Ik rolde van de ene toevalligheid in de andere. Ik was bezig met kleuren, vormen en bewegingen maar dacht geen seconde na over de volgende stap. Die kwam pas als ik klaar was met de vorige stap. En zo had ik opeens iets ‘abstracts’ gemaakt. Iets wat ik nooit had kunnen bedenken. Het moest altijd ‘iets’ voorstellen. Maar daarmee legde ik mezelf ook een beperking op als ik ‘niets’ wist.

Je gelooft het niet maar ik vind het nu heerlijk om te doen. Ik vind het nu oké om niet te weten wat ik aan het doen ben. Ik mag van mezelf geen idee hebben. Wat een ruimte!